renovatie0.png

Restauratie

Het plan

In 2010 vatte het college van burgemeester en schepenen het plan aan om de stedelijke bibliotheek onder te brengen in het Predikherenklooster. Het duurde tot 2014 wanneer de stad Mechelen en de Vlaamse overheid de 'Meerjarige subsidiëringsovereenkomst voor de restauratie en herbestemming van het Predikherenklooster te Mechelen' afsloten. De restauratie- en herbestemmingswerken werden in vier fasen opgedeeld:

  • Fase A: Klooster - dakrestauratie

  • Fase B: Klooster en kloostermuur - restauratie gevels

  • Fase C: Klooster - restauratie interieur

  • Fase D: Kerk - restauratie gevels, daken en interieur

Na de opening van Het Predikheren in september 2019 vangt fase D aan in december 2019.

Het concept

Voor de restauratie werkte de stad samen met het architectenbureau Korteknie Stuhlmacher ArchitectenDe ontwerpers werkten een restauratieconcept uit dat zoveel mogelijk sporen van de lange geschiedenis van het gebouw zichtbaar laat.

Om de charme en de rijkdom van het complex in stand te houden en zelfs te versterken, accepteerden ze de onvolkomenheden die vele verbouwingen en de leegstand meebrachten. Er kwam dus geen reconstructie van de originele toestand. De sporen van latere verbouwingen, toevoegingen en van verval bleven zowel buiten als binnen zichtbaar. Dat resulteerde in de visie van de ontwerpers in een even verontrustend als aantrekkelijk beeld dat naast een architecturale en ook een educatieve meerwaarde geeft.

Het restauratieontwerp nam de kloosterfase (1655-1796) als uitgangspunt en opteerde voor een zachte aanpak.

Het doel was de instandhouding en de uitdrukking van de esthetisch en historische waarde van het monument; het gaat uit van de fundamentele eerbied voor de oude substantie en de authentieke artefacten.
Consolideren kreeg voorrang op herstellen.
Herstellen had voorrang op restaureren. De restauratie en herbestemming beoogden naast bouwkundig herstel ook herinterpretatie en actualisering van materiële en immateriële waarden en betekenissen.

  • Het exterieur kreeg een zachte restauratieve behandeling waarbij de kloostertypologie en de kenmerkende traditionele bak- en zandsteenstijl als maatgevende en homogeniserende principes worden gehuldigd.

Gevel

  • GangenIn het interieur verwijzen de pandhof, de pandgang met de aansluitende trappen, de voormalige kloosterbibliotheek, de sacristie en de kerk zeker nadrukkelijk naar de oorspronkelijke functie als klooster. Niettegenstaande de hoge bewaringsgraad van de planindeling, de kunsthistorische waarde van de gewelven en hun afwerking en de tastbare binding met de immateriële erfgoedwaarden, werd ook hier maar beperkt gerestaureerd en vooral geconsolideerd.

  • De kloosterkerk kan opgevat worden als een quasi waardenvrije ruimte en wordt in haar artistieke en architecturale verschijning gevrijwaard.